ELLEN BAPTIST

BEELDEND KUNSTENAAR

Een maagdelijk doek, potten verf, penselen, de sensuele geur van vers hout en inkt, het fascinerende steekspel met plank en guts. Het blanke papier en de opwinding van de eerste druk of de eerste streek op het doek.

Wat is er mooier dan het kunstenaarschap?


ELLEN BAPTIST is geboren 7 maart 1945. Na het voltooien van de opleiding aan de Akademie voor Beeldende Kunst te Arnhem is zij vanaf 1968 werkzaam als vrij kunstenaar.

 Uit de oriënteringsperiode tot 1989 is langzamerhand een poëtische vormentaal ontstaan. Deze, aan de verwondering over de alledaagse werkelijkheid gerelateerde uitdrukking, kan worden omschreven als “lyrisch expressionistisch”.

In 1989 had Ellen Baptist haar eerste solo-expositie.

Aanvankelijk bestond het werk uit schilderijen in olieverf. Vanaf 1988 wordt er hoofdzakelijk gewerkt in acrylverf. Naast het schilderen op doek zijn er werken op papier ontstaan in pasteltechniek en gemengde techniek.

Het grafische werk, houtsneden en  etsen, werd verder uitgediept met experimenten in zeefdrukken en lithograferen. Na het verwerven van een groot formaat proefpers in 1998 werden de expressiemogelijkheden verruimd. Het gebruik van loden en oude houten biljetletters kreeg een steeds grotere plaats. Door de aanschaf van een etspers kon ook de droge naaldtechniek worden uitgevoerd.

Als logisch gevolg van het willen beheersen van het héle proces werd in 1993 een begin gemaakt met papierscheppen.

Vanaf dat moment worden houtsneden, droge naald, vinyldruk en teksten dikwijls op het eigenhandig geschepte papier gedrukt. Verdere experimenten leidden tot gietprenten en ruimtelijke objecten van geschept papier.

Ook het boekbinden heeft ze zich eigen gemaakt waardoor ze nu niet alleen zelf boeken schrijft en illustreert, maar ook bindt.

Zelf zegt ze: “Mijn humus is de schoot van mijn verhalen vertellende opoe, de geur van mijn vader: tabak en hout. Het kerkhof met zijn mooie oude zerken, uit de graven de handjes van de kinderen die hun moeder geslagen hadden. Het angstwekkende gekrijs van varkens in de slachtmaand, mijn dove opa wroetend in de aarde, de zondagse soep van mijn moeder.”

 Martin Pieterse schreef in De Gelderlander (2002)

“Het gaat niet louter om het ambacht, maar vooral over hetgeen Baptist op het papier tovert. En dat is heel bijzonder.”